Marc van der Sterren

Autobiografie van een varken

Ik ben een varken, ik lig in de stal en daar wil ik het graag bij laten. Het is niet aan mij om de mens toe te spreken. Wees blij. U blijft gespeend van de kritiek die u redelijkerwijs verwacht had. Voel u schuldig, vind me zielig of heb meelij met me; mij deert het niet. Sinds mensenheugenis word ik benut, bejaagd, bemind, gefokt, gedood en gegeten. Een mens kan daar veel van vinden. Ik vind er niks van. Ik ben niet haatdragend. Ik maak niemand verwijten. Ik ben een varken.

Ik lig in de stal omdat ik hier door een mens ben neergelegd. Ik lig hier slechts te groeien om straks te worden genuttigd. En toch lig ik op mijn dooie gemak. Dankzij mijn gebrek aan besef. Over morgen denk ik net zo min als over gisteren. Het heeft ook geen enkele zin. Want morgen en gisteren bestaan niet. Morgen moet nog komen en gisteren is al geweest. Herkomst is onbelangrijk en ambitie is zinloos. Er bestaat niets, behalve ikzelf, de varkens om me heen, het voer dat ik eet en de stal waarin ik lig.